Kinderneurologie

Gepubliceerd door Peter op

Door: Liesbeth Rietveld

Tijdens mijn late dienst loop ik haar kamertje binnen. 
Een meisje van een half jaar oud ligt continue te huilen in haar bedje. Moeder heeft beide handen op haar buik en schud haar heen en weer om haar rustig te krijgen. Een CD met kinderliedjes staat op, de kamer is volledig verlicht. De deur naar de gang staat open. Vader zit op de bank te praten met een aantal familieleden. Het oudere broertje loopt in en uit. 
Ik heb maar een aantal seconden nodig om te zien, te voelen wat er nodig is. Maar wie ben ik om hier iets van te zeggen, te vinden? 

“Gisteravond was het ook al zo’n drama. Toen is zelfs de kinderarts nog geweest. Ze kreeg een klysma zonder resultaat en nog een pijnstiller.”
Terwijl ik net even te lang stil ben, nadenk over mijn reactie, zegt vader: ‘Ik zie dat je haar observeert, wat zie je’?
‘Wat is dit moeilijk voor jullie dat je haar, nu ze epilepsie heeft, weer opnieuw moet gaan leren kennen’. 
Mag ik haar op dit moment als het ware vertalen voor jullie? Mag ik woorden geven aan haar gevoel?’
‘Denk je echt dat jij weet hoe je haar stil kunt krijgen? Als er zelfs gisteren een dokter is geweest?’
‘Ze is zo moe, kijk maar naar haar gezichtje, handjes. Alleen op dit moment ziet ze fel licht, ze hoort stemmen om zich heen, geluiden van de gang, de CD die aan staat. En ja…zelfs de liefdevolle handen van mama kunnen te veel zijn’. 
De familie loopt ondertussen met het broertje weg. Vader kijkt moeder hoopvol aan. ‘Ze zou best eens gelijk kunnen hebben. Zullen wij ook even weggaan’? Moeder twijfelt, ze is moe. Ik kijk haar aan en voel dat ik zomaar ineens een vlaag van ontroering door mij heen voel gaan. Het zien van deze moederliefde, maar ook haar tweestrijd. ‘Kijk maar hoe ik het doe’, zeg ik zachtjes tegen haar. 
Vader loopt de gang op, moeder uiteindelijk ook. Hij loopt naar de familie. Zij blijft staan en kijkt via het raam toe hoe ik de CD uit zet, het licht uit doe, de gordijnen dicht trek. 
Zachtjes praat ik nog een poosje tegen het nog snikkende meisje. Ik stop haar strak in. Haar knuffeldoekje vlakbij haar gezichtje.
Nadat ik de bedhekken omhoog gedaan heb, steek ik mijn armen door de spijlen van het bedje. Stevig houd ik mijn handen stil op haar lijfje. Ik voel haar ontspannen. Een enkele snik volgt er nog. Voorzichtig oefen ik steeds minder druk uit totdat ik haar niet meer aanraak. Ze is in diepe slaap. 
Zachtjes sluip ik haar kamer uit. Een moeder in tranen. 
‘Dank je wel, zo fijn! Je bent nog geen drie minuten bezig. Wat erg dat we er afgelopen avonden zo lang over hebben gedaan. Waarom vertelt niemand dit’? 
Ooi zei een collega kinderverpleegkundige (18 jaar geleden) tegen mij: ‘Bij deze kinderen leer je luisteren naar fluisteren’. 
Wie ben ik? Een verpleegkundige die deze fluisteringen door mag geven aan ouders! 
Zomaar wat mijmeringen….


Soms zijn er van die momenten dat ik zo kan genieten van mijn vak! 

Categorieën: Blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *